Categorie archief: algemeen

Skyscraper.

Deze week is sluit ik ook maar af met een logje over dieren, het is bijna alweer dierendag.
Maar de plastic walvis ‘Skyscraper’ duikt overal wel op, zo was hij al te zien op de weblog van Lies op acht mei van het vorige jaar in Brugge.
En nu springt hij in de Utrechtse Catharijnesingel en dat bevalt hem zo goed dat hij nog
wat langer blijft.
Hij is sinds januari al te bewonderen in het water voor TivoliVredenburg.
Het kunstwerk zou volgende maand, juli dus, verhuizen naar Parijs, maar dat gaat niet door.
Het plastic waarmee de walvis is gebouwd, is 5 ton afval dat op de stranden van Hawaï
is gevonden.
Dat is 0,000003 procent van de 150.000.000 ton aan plastic dat in de oceanen drijft.
De walvis vertrekt in de derde week van september, dan gaat het gevaarte door naar Azië.
Zo blijft het kunstwerk toch zwerfafval wat de wereld over reist.



Nog even opbouwen.

Tot het bittere eind.

Wie kent de uitdrukking “Tot het bittere eind” niet?
Nou ik wel, al is het alleen al van het nummer van BLØF met de gelijknamige titel.


Maar wat ik me afvroeg wat is de herkomst van deze uitdrukking.
Na wat speurwerk kwam ik er achter dat deze uitdrukking afkomstig is uit de scheepvaart .
Het heeft te maken met het anker van een schip, het anker dat voor veiligheid moet zorgen als het schip op een vaste plaats moet blijven liggen.
Een anker van een schip is verbonden aan een ketting en de laatste schakel zit vast aan het schip met een soort pin ‘the bitter pin’.
Een anker, zeker in een nood situatie neerlaten tot de allerlaatste schakel is dus tot het bittere eind gaan.
Die pin kan trouwens losgeslagen worden met een grote hamer om het anker te kunnen
droppen als het ergens vast zit.
Dus tot het “Tot het bittere eind”, is echt door gaan totdat er geen weg terug meer is.


Op 24:20 minuten wordt de uitdrukking gebruikt.


Onveilige ankerlier handeling Laat het anker vallen tot het bittere einde overboord gaat.

Polder

Nederland staat bekend niet alleen om zijn tulpen en molens maar ook om zijn polders.
Zo kwam ik op de website van ESA een prachtige foto tegen van de Noordoostpolder.
De afbeelding toont verschillende gewas soorten rond Emmeloord in het centrum van de polder, links Urk en rechts van Emmeloord zie je Marknesse.
De kleuren op tonen de soort gewassen, groen zijn de zomergewassen, rood zijn aardappelen, oranje is marktgewassen, geel is granen en blauw geeft grasland weer.
Het is een belangrijk gebied voor de agrovoedingssector en die heeft met name sterke banden met de internationale aardappelindustrie.
De gewasbewaking via de Copernicus Sentinel-2 satelliet is het mogelijk om rechtstreeks bestaande industriële processen te integreren en zo kan de agrovoedingssector informatie krijgen over de groei en de potentiële opbrengst van gewassen, met name aardappelen, inclusief de gevolgen van aanhoudende droogteperiodes.
Zo zal de opbrengst van de gewassen toenemen en kan men de bemesting en de waterhuishouding op een afgebakend gebied toe passen.


Beelden van de Copernicus Sentinel-2 satelliet.

Ballon.

Wie kent het liedje “Ballonnetje” uit 1958 van Toon Hermans niet?
Het gaat als volgt:
Een ballon, een ballon, een ballonnetje
Een ballonnetje, dat danst in de wind
Aan een draadje naar de zon
Gaat zo’n lekker dikke, rooie, mooie luchtballon
Een ballon, een ballon, een ballonnetje
Een ballonnetje, dat danst in de wind
Aan een draadje naar de zon
Gaat zo’n lekker dikke mooie
Lekker dikke rooie
B’lon, b’lon, b’lon.
Enz.
Een liedje wat massaal werd mee gezongen door bijna iedereen, als er een ballon de lucht in ging of als een kind er mee liep kwam vaak het liedje weer boven.
De jaren vijftig waren de jaren van opbouw en groeiende welvaart, er werd had gewerkt.
Maar er was ook meer tijd voor ontspanning, de bevolking groeide weer na de tweede wereld oorlog.
Maar nu zijn we onder tussen zestig jaar verder en de bevolking is nog meer gegroeid en er worden nog meer ballonnen opgelaten.
Zo schrok ik van een artikel op de website van scientias.nl
Daar staat: “Eén op de vijf zeevogels met een stukje ballon in zijn maag moet dit met de dood bekopen.
Dat blijkt uit een studie gepubliceerd in het tijdschrift Nature.
Hoewel zeevogels in meerdere mate hard plastic inslikken, blijkt dat de kans kleiner is dat ze hieraan sterven dan als ze zachtere kunststoffen, zoals ballonnen, opeten.”
Vraag me af dat men zich dit realiseert als men een ballon oplaat, een ballonnetje, dat danst in de wind.