Visitekaartjes.

De visitekaartjes van logbankje deel ik nog regelmatig uit.
Maar wel met de boodschap, het is zonder verplichtingen.
Je hoeft hem niet op te eten.
Niet op te eten?
Inderdaad want er zijn visitekaartjes gemaakt van eetbaar materiaal met een Representatief sierontwerp gedrukt met eetbare inkt aan de bovenzijde van het visitekaartje.
Mocht je onder weg trek krijgen heb je altijd wat te knabbelen.


Een uitvinding van Leonid Kofman Brooklyn (New York).
Onder US patent D.493.601.
De uitvinding werd gepatenteerd op 3 augustes 2004.
Het hele verhaal van de uitvinding is te lezen op freepatentsonline.com.


Zeewier is ook lekker.

Bank’s Show.


Onderweg naar je bestemming en dan pech krijgen.
Het maakt niet uit wat je bent.
Het maakt niet uit wie je bent.
Als je maar gewoon jezelf en eerlijk bent.
Alles is weer te beluisteren in de aflevering van de Bank Show.
Vol met verzoekjes, de brief, het weer en het verhaal.
Nu ook nu weer een gezellige aflevering met veel muziek.
Muziek om bij op de bank te hangen.
Het wachtwoord kun je krijgen door een persoonlijk bericht,
of via het reactie formulier op de weblog.
Welkom luisteraar bij een nieuwe aflevering van de “Bank’s Show”,
Ik wens je heel veel luisterplezier.
Op de pagina “Bank’s Radio” staat een player met alle shows die tot nu toe zijn gemaakt.

Voor de volgende luisteraar heeft Hans Bank een song gespeeld.
Redstar.
Marlou.

De volgende luisteraars hebben een verzoekje aangevraagd.
Sjoerd.
Suske.
Lies.
Peter & Petra.
Redstar.
MizzD.
Marlou.
Rebbeltjes.
Willy.
Dien.

In het tweede uur:

En de volgende luisteraars hebben een brief of een verhaal gestuurd.
Shirel.
Di Mario.
Yaron.
Boerin.


Thérèse Steinmetz – Speel ’t spel.

Dit weekend is de Nederlandse zangeres “Thérèse Steinmetz” de Gouden terugblik.
Ze is geboren in Amsterdam op 17 mei 1933 en is de dochter van operazanger “Jan Steinmetz” en danseres en pianiste Henny Poelman.
Ze volgde een studie zang aan het Conservatorium en toneellessen bij “Louis van Gasteren” waar ze haar acteertalent ontwikkeld ze doet auditie bij de Nederlandse Comedie waar ze
onder contract komt.
In 1961 debuteert zij in “Joseph In Egypte” en tot 1967 speelt zij diverse rollen bij dit gezelschap waarin onder andere ook “Ellen Vogel” was te zien en in die periode is ze ook actief als actrice in televisiespellen en televisiemusicals.
In 1963 debuteert ze in haar eerste film “De vergeten medeminnaar“, een Nederlandse film in zwart-wit, onder regie van “Giovanni Korporaal” met in de hoofdrol “Henk van Ulsen”.
De film is gebaseerd op het boek “Het andere verleden” van “Rico Bulthuis” en heeft als
internationale titel “ The Lost Lover”.
De film is grotendeels opgenomen in het landhuis Kareol in Aerdenhout.
Na haar huwelijk met tenor “Arjan Blanken” heeft ze sinds 1966 een jarenlange relatie met
Gerrit den Braber” die veel van haar liedjes schrijft en haar aanspoort om zich meer
te profileren als zangeres.
In december 1966 verscheen de eerste single van haar “Speel ’t spel” dat een groot succes werd en ook in de top 40 komt te staan.
Er volgden meer singles, waaronder “Ring-dinge-ding” (ook wel Ringe Ding) waarmee ze
Nederland vertegenwoordigde op het twaalfde Eurovisie Songfestival in Wenen.
Met twee punten behaalt zij samen met Noorwegen gedeelde veertiende plaats.
Ook in het zelfde jaar heeft ze bij de VARA heeft haar een eigen televisieshow:
“Thérèse” genaamd.
Zo verschenen er van 1967 tot en met 1972 met regelmaat nieuwe albums waarvan een groot deel van de nummers van de hand van componist “Joop Stokkermans” en tekstschrijver Gerrit den Braber waren.
Naast dat ze actief als actrice op toneel en bij tv, treedt ze op in allerlei shows en heeft
een eigen cabaret/chanson-programma naast Nederlandstalige liedjes met vertalingen van
Gerrit den Braber, “Ernst van Altena”, “Emmy Schipper” en “Alexander Pola” is zeer succesvol in Roemenië en neemt veel repertoire uit de Balkan op.
Zo won ze in 1970 een Gouden Hert op het Songfestival van Brasov Brasov in Roemenië met het nummer “O fata mai gasesti, dar un prieten nu”, dat in het Nederlands werd gezongen als “De drie vrienden”.
In die periode verschenen er steeds minder singles van haar omdat het muzikale klimaat in
Nederland zo dusdanig was veranderd dat er voor zangeressen met chansonachtig repertoire geen plaats meer leek te zijn.
Maar ze zat niet stil, ze speelde in verschillende musicals en bleef een graag geziene
verschijning op de televisie en in de theaters was ze te zien met haar eigen tour-de-chant.
In 1973 zong ze mee met het Noordzeekoor voor de benefietsingle “Geef ons een kans”, een plaat gemaakt om het voortbestaan van “Radio Noordzee” de zeezender te bepleiten ten tijde van het Tweede Kamerdebat over de ratificatie van het “Verdrag van Straatsburg”.
De single haalde alleen de Noordzee Top 50.
In 1974 bewees “Conny Vandenbos” dat het luisterlied nog volop in leven was, met het nummer “Een roosje m’n roosje”.
En toen verscheen er van Thérèse haar nieuwe succes “Geef ze ’n kans” een reeks singles met oorstrelend repertoire, waarvan “Tussen acht en halfnegen” een klassieker in z’n genre werd.
De single was afkomstig van het album “Thérèse” uit 1976, waar ook de radiohit “Wie vroeger Scheveningen zei…” van afkomstig was.
Vanaf dit jaar begint ze in de theaters voor enkele jaren het eigen cabaret- annex chansonprogramma’s “Opus 1 + 3” onder begeleiding van het “Trio Nico van der Linden, jr”.
In het televisieseizoen 79/80 zendt de NCRV een televisieregistratie uit van Opus 1 + 3.
In die tijd groeide ook haar liefde voor Balkan-repertoire, wat op haar platen steeds meer was te horen.
Vanaf de jaren tachtig stopte ze min of meer met het Nederlandstalige chansons en ging ze zich toeleggen op het repertoire dat grotendeels uit Oost-Europeaan afkomstig was en trad ze veel op met het orkest van “Andréi Serban”.
In 1981 heeft ze nog een liedjesprogramma met “André van den Heuvel” “alleen op maandag”,
Waarin ze zingend spelen en spelend zingen.
Warm, ontroerend en humoristisch brengen ze hun programma op de eerste dag van de week.
waarmee ze landelijk optreden in verschillende theaters onder andere op 25 oktober in de “schouwburg” van Leiden.
In 1987 verrast ze menigeen met het bijzondere album “Close to the classics”, op dit album zong ze een verzameling klassieke liederen in een modern jasje, wat door haar fans positief werd ontvangen.
Na dit album werd er op muzikaal gebied weinig meer van haar vernomen.
Ze trad nog sporadisch op en legde zich toe op een ander van haar veelzijdige talenten,
namelijk dat van kunstenares.
Nadat ze binnen een jaar tijd zowel haar dochter Sylvia als haar levenspartner Gerrit den Braber in 1997 verloor, vertrok ze eind jaren ’90 naar de Côte d’Azur, waar ze eerst in St. Paul de Vence en later in Cannes een galerie opende.
In 2004 verscheen een boek met een overzicht van kunstwerken die ze in de loop der jaren had gemaakt.
Na enkele jaren niet meer te hebben opgetreden, kwam ze in 2007 naar Nederland om samen met “Andréi Serban” op 2 december een eenmalig concert te geven.
In 2017 was ze te zien in het programma “Amsterdam-Parijs” van “Philippe Elan” die het Franse chanson ombouwt tot duetten en dialogen.
Eind 2016 zag eerst de gelijknamige CD het licht gevolgd door een tournee met als aftrap
5 november 2017 in het Concertgebouw Amsterdam.
Nico van der Linden” verzorgde de muzikale begeleiding van dit unieke duo.
Met z’n drieën speelden zij een liefdevol en uitgebalanceerd programma, wat ook in het seizoen 2018-2019 wordt voort gezet.
Dit weekend is ze de Gouden terugblik met het nummer “Speel ’t spel” in de BankShow.

400 jaar.

Afgelopen maandag werden om 10.00 uur de klokken van de Onze Lieve Vrouwetoren geluid ter ere van Johan van Oldenbarnevelt, het was de dag van zijn 400e sterfdag.
Hij werd in Amersfoort geboren en is één van de grootste staatslieden uit de Nederlandse
geschiedenis.
Zo schreef ik op 26 april 2018 een logje over hem, dat hij zich als doel gesteld om op
“Groot-Emiclaer” oud te worden.
De geschiedenis heeft ons geleerd dat dit heel anders is verlopen.
Johan van Oldenbarnevelt was een van de belangrijkste bestuurders uit de vaderlandse
geschiedenis.
Hij werd na een jarenlange machtsstrijd met prins Maurits beschuldigd van verraad en werd onthoofd op het Binnenhof in Den Haag.
Amersfoort wil in 2019 in het herdenkingsjaar aandacht vestigen op de betekenis van Johan van Oldenbarnevelt voor Nederland.
Met verschillende initiatieven en activiteiten, voor jong en oud.
Op de website van de VVV staat te lezen wat er allemaal is te doen, het belooft een druk
herdenkingsjaar te worden.


Van Rossem Vertelt over Johan van Oldebarnevelt in Amersfoort.

Bestrijding Processierups.

In Amersfoort neemt het aantal Eikenprocessierupsen al jaren toe, vorig jaar was er zelfs een flinke piek.
Zelf ondervind ik ook hinder van de Eikenprocessierupsen, door dat ze invloed op mijn
luchtwegen kunnen hebben, daarom blijf ik bij ze vandaan.
Een reden voor de gemeente Amersfoort om een andere manieren van bestrijding
te onderzoeken.
Zo is er een proef gestart van drie jaar om de rupsen tijdens de gehele levenscyclus ecologisch aan te pakken.
De huidige aanpak bestaat uit het wegzuigen of branden van de nesten met rupsen, maar dan is de overlast al aanwezig.
Als men eerder in de levenscyclus van de rups gaat ingrijpen hoopt men dat er minder rupsen uitgroeien tot vlinders en zo de overlast afneemt.
Als proef richt men zich op het verbeteren van de leefomstandigheden van vogels, insecten en de Grootoorvleermuizen die de larven, rupsen en vlinders opeten.
Ook worden er op besmette eiken larven van de gaasvlieg en het Tweestippelig lieveheersbeestje uitgezet.
Maar ook zal men meer mezen in het proefgebied uitgaan zetten door het ophangen van circa 140 mezenkastjes.
Daarnaast vormen we bermen en gazons om naar een kruidenrijk grasland dat meer insecten aantrekt.
De proef vindt plaats in gebieden waar weinig fiets- en voetverkeer wordt verwacht, zodat de dieren niet gestoord gaan worden.
Controle in de gebieden zal gedurende het seizoen worden uitgevoerd en in het najaar zal een vlindertelling uitgevoerd worden door het zetten van hormoonvallen.
Hopelijk is deze manier van bestrijden succesvol want de Eikenprocessierupsen kunnen na een paar vervellingen gevaarlijk zijn voor mensen en dieren.
Ze krijgen dan namelijk brandharen, die ze kunnen afschieten bij bedreiging.
Bovendien kunnen de haartjes door de wind worden weggeblazen, waardoor iemand ook een eind verderop last heeft.
De haartjes kunnen irritatie aan huid, luchtwegen en ogen opleveren en in een enkel geval ook koorts en misselijkheid veroorzaken.