Categorie archief: muziek

Bank’s Show.


Onderweg naar je bestemming en dan pech krijgen.
Je telefoon maakt vreemde geluiden.
Dus je kunt het wel vergeten om je liefje te bellen.
Wat is wijsheid in deze noodsituatie?
Alles is weer te beluisteren in de aflevering van de Bank Show.
Vol met verzoekjes, de brief, het weer en het verhaal.
Nu ook nu weer een gezellige aflevering met veel muziek.
Muziek om bij op de bank te hangen.
Het wachtwoord kun je krijgen door een persoonlijk bericht,
of via het reactie formulier op de weblog.
Welkom luisteraar bij een nieuwe aflevering van de “Bank’s Show”,
Ik wens je heel veel luisterplezier.
Op de pagina “Bank’s Radio” staat een player met alle shows die tot nu toe zijn gemaakt.

Voor de volgende luisteraar heeft Hans Bank een song gespeeld.
Omi.

De volgende luisteraars hebben een verzoekje aangevraagd.
Suske.
Redstar.
Marlou.
Dien.
Bertie.
MizzD.
Peter & Petra.
Willy Duvel.
Sjoerd.
Willy.
Beekblog.
Lies.

In het tweede uur:

En de volgende luisteraars hebben een brief of een verhaal gestuurd.
Di Mario.
Shirel.
Yaron.
Boerin.


Donovan – Atlantis

Dit weekend is de Gouden terugblik Donovan Philips Leitch die in Glasgow, Schotland werd
geboren op 10 mei 1946 en bekend is geworden onder zijn artiestennaam “Donovan”.
Hij groeide op buiten Londen en op zijn achttiende nam hij zijn eerste demo op en in 1965 trad hij regelmatig op in de tv-pop showcase Ready, Steady, Go!
Hij publiceerde al snel zijn debuutsingle “Catch the Wind”, waarmee hij de eerste reeks
Bob Dylan” vergelijkingen kreeg met zijn zorgeloze volksgeluid en nonchalante uiterlijk,
de single bereikte niettemin de U.K. Top Five.
Daarna had hij een ontmoeting tussen de twee singer / songwriters die werden vastgelegd in de klassieke D.A. Pennebaker-documentaire “Do not Look Back”.
Een Amerikaanse documentaire uit 1967, waarin Bob Dylans concerttour door het Verenigd
Koninkrijk uit 1965 wordt gevolgd.
Donovan werd heel populair in de jaren zestig en werd hij met zijn aan folk verwante popsongs beschouwd als het Britse antwoord op Bob Dylan, een gemakkelijke maar grotendeels
ongegronde vergelijking die de eigen unieke visie van de Schotse folk troubadour in
ondermijnde.
Waar de strekking van Dylans muziek zijn sombere introspectie en bitter realisme bleef,
omhelsde Donovan het optimisme van de flower power beweging met zijn open blik en zijn etherische sierlijke songs die een mystieke schoonheid en kinderlijke verwondering
uitstraalden.
In voor en tegenspoed blijven zijn opnames typische schatten uit het psychedelische tijdperk die het vredes- en liefdesideaal van hun tijd tot in de perfectie vangen.
De opvolger van “Colors” werd ook een hit en nadat hij zijn Amerikaanse debuut maakte op het Newport Folk Festival in 1965, bracht hij het album “Fairytale” uit, zijn tweede en laatste LP bij het Hickory-label.
Onder contract bij Epic records in 1966 bracht hij het hit album “Sunshine Superman” uit.
Dat in zijn exotische arrangementen en uitgesproken psychedelische lyrische vorm een
belangrijke verschuiving aankondigde van zijn eerdere werk.
Zo kwam het titelnummer “Sunshine Superman” bovenaan in de hitlijsten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, met het raadselachtige “Mellow Yellow” dat een paar maanden later nummer twee positie bereikte.
Hij bleef in 1967 de hitlijsten bestijgen en genereerde een reeks hits waaronder
Epistle to Dippy”, “There Is a Mountain” en “Wear Your Love Like Heaven”, in dat jaar reisde hij samen met “the Beatles” naar India om te studeren bij de Maharishi Mahesh Yogi, een reis die hem inspireerde om af te zien van zijn drugsgebruik en zijn luisteraars aan te moedigen zich tot de meditatie te wenden.
Het ambitieuze dubbelalbum “A Gift from a Flower to a Garden” volgde en in 1968 kwam zijn zesde studioalbum “The Hurdy Gurdy Man” uit en scoorde hij een Top vijf hit met de hallucoire titel song en het album leverde hem ook de hit “Jennifer Juniper” op.
Met het zevende studioalbum “Barabajagal” uit 1969 genereerde hij zijn laatste Top 40-hit met het nummer “Atlantis”.
Voor het titelnummer “Barabajagal” werkte hij samen met de “Jeff Beck Group”, met wie hij ook samen aan het album “Open Road” in de jaren zeventig werkte.
Hij trok zich vervolgens terug in Ierland en kwam na een periode van afzondering terug om te schitteren in de film “The Pied Piper” in 1972.
Na deze opleving scoorden hij een paar nieuwe lp’s, “Cosmic Wheels” en “Essence to Essence”.
Het jaar daarop verschenen er teleurstellende recensies en was er weinig commerciële
belangstelling voor hem.
Na uitgave van zijn twaalfde studioalbum “7-Tease” in 1974 bracht hij de volgende jaren
teruggetrokken door in de Joshua Tree-woestijn in Californië,
waar hij slechts een kleine clubtour opbouwde om het album “Slow Down” uit 1976 te
promoten.
Het album “Donovan” verscheen een later jaar, en in het spoor van “Jerry Wexler
geproduceerde “Lady of the Stars” uit 1983, stopte hij met schrijven en opnamen.
Zijn terugkeer begon serieus in 1991, toen de band “Happy Mondays” ten ere van hem en zijn baanbrekende werk het nummer “Pills ‘n’ Thrills and Bellyaches” uitbrachten en zo toerde hij Vijf jaar later bracht hij zijn comeback album “Sutras” uit, geproduceerd door “Rick Rubin”.
Het album werd op een verkeerd moment uitgebracht door Rubin net na de release van
Johnny Cash” en het album werd door American Recording vrijwel genegeerd of verkeerd uitgelegd door critici.
Donovan toerde kort om het album Sutras te ondersteunen maar speelde slechts sporadisch en liet het ook wel eens afweten.
In 2004 verscheen hij echter weer in het intieme en stijlvolle album “Beat Café”, een verzameling bijna geheel originele nummers geproduceerd door toetsenist “John Chelew”.
Zo schakelde hij ook bassist “Danny Thompson” en drummer “Jim Keltner” in om zijn kwartet compleet te maken.
Het album bevatte een paar covers, een gesproken woorduitlevering van “Do Not Go Gentle” van dichter “Dylan Thomas” en een verrassende vertolking van het traditionele deuntje
The Cuckoo”.
Hoewel hij sinds het einde van de jaren zestig geen grote speler is in populaire muziek, blijft hij toeren en optreden en herinnert hij zich de ervaringen en vriendschappen van zijn
hoogtijdagen voor de media.
Zijn muziek verschijnt regelmatig in programma’s over het jaren zestig tijdperk en heeft de
nieuwere generaties bereikt door het gebruik ervan in tv-commercials.
Eind 2005 publiceerde hij een autobiografie: “The Hurdy Gurdy Man“.
In april 2007 presenteerde hij een driedelige serie over “Ravi Shankar” voor BBC Radio 2.
In oktober 2007 kondigde hij zijn plannen aan voor de “Invincible Donovan University” met de nadruk op Transcendente Meditatie.
En in de zelfde maand werd de dvd “The Donovan Concert-Live in LA”, die eerder dit jaar in het Kodak Theatre Los Angeles was opgenomen in het VK uitgebracht.
Op 6 oktober 2009 werd hij geëerd als een BMI-pictogram op de jaarlijkse BMI London Awards in 2009.
De Iconaanduiding wordt gegeven aan BMI-songwriters die “een unieke en onuitwisbare
invloed hebben gehad op generaties muziekmakers”.
In oktober 2010 werd de dubbele CD “Ritual Groove” via zijn website beschikbaar gesteld.
In 2015/2016 wordt er aan gekondigt dat hij terug keert naar het concertpodium als een van de meest volmaakte solo-artiesten aller tijden.
Maar dit weekend is hij de Gouden terug blik met zijn hit Atlantis.

Van de Bank plaat.


Onderweg naar je bestemming en dan pech krijgen.
Je telefoon maakt vreemde geluiden.
Dus je kunt het wel vergeten om je liefje te bellen.
Wat is wijsheid in deze noodsituatie?
De van de Bankplaat is deze week:
Matchbox met het nummer “Buzz buzz a diddle it”.

Aanstaande donderdagmiddag staat de nieuwe “Bankshow” op de “Bank’s Radio” pagina.
Mocht je een verzoekje hebben, laat het Hans Bank weten,
hij zal deze dan meenemen in de uitzending.
Je verzoek kun je aanvragen tot aanstaande woensdagochtend,
moet even onder de bank kijken of ik deze wel in mijn verzameling heb.
Trouwens daar haal ik de muziek altijd vandaan, soms onder het stof,
soms een blinde greep, als het maar goed in het gehoor ligt.
Wens je een prettige week toe.

Bank’s Show.


Het is het weekend van herdenken en vieren van onze vrijheid.
De vrijheid die zijn tol heeft geëist.
De vrijheid die je elke dag samen mag beleven.
Altijd fijn als iemand vraagt hoe het met je gaat.
Een wel gemeende vraag doet een mens goed.
Daar kikker je van op.
Nou met mij gaat het goed.
Alles is weer te beluisteren in de aflevering van de Bank Show.
Vol met verzoekjes, de brief, het weer en het verhaal.
Nu ook nu weer een gezellige aflevering met veel muziek.
Muziek om bij op de bank te hangen.
Het wachtwoord kun je krijgen door een persoonlijk bericht,
of via het reactie formulier op de weblog.
Welkom luisteraar bij een nieuwe aflevering van de “Bank’s Show”,
Ik wens je heel veel luisterplezier.
Op de pagina “Bank’s Radio” staat een player met alle shows die tot nu toe zijn gemaakt.

De volgende luisteraars hebben een verzoekje aangevraagd.
Suske.
Dien.
Redstar.
Peter & Petra.
Sjoerd.
Zilvertje.
Rebbeltjes.
Willy Duvel.
Beekblog.
Lies.

In het tweede uur:

En de volgende luisteraars hebben een brief of een verhaal gestuurd.
Shirel.
Di Mario.
Yaron.
Boerin.


Frankie Valli – Grease.

Frankie Valli” is de artiesten naam van Francis Stephen Castelluccio die in Newark, New Jersey op 3 mei 1934 werd geboren, om hem jonger te doen lijken gebruikt hij ook wel als geboorte jaar 1937.
Hij is een Amerikaanse zanger, zijn vader, Anthony Castelluccio, was een kapper en zijn moeder, Maria Castelluccio, was een Italiaanse immigrant.
Hij raakte al jong geïnteresseerd in zingen en vond vooral inspiratie toen hij “Frank Sinatra” in de jaren veertig zag optreden in het Paramount Theatre in New York City.
Op drie mei 1937 begon hij op school met zingen en werd hij ontdekt door zijn latere mentor de country zangeres “Jean Valli”, die hem naar audities bracht en als gevolg daarvan nam hij haar achternaam aan, hoewel hij verschillende spellingen probeerde voordat hij zich op Valli
vastlegde.
In 1953 tekende hij een platencontract bij de Corona-dochter van Mercury Records die zijn
debuutsingle uitbracht, een heruitgave van de “Georgie Jessel” zijn hit “My Mother’s Eyes”.
Dit nummer werd in 1954 opgevolgd door “Forgive and Forget” uitgegeven bij Mercury zelf en gecrediteerd aan “Frankie Valli & the Travellers”.
Maar geen van beide platen verkochten goed.
Hij maakte vervolgens kennis met het Variety Trio “The Variatones” die toen onder contract stonden bij RCA Victor Records onder de naam “The Four Lovers”.
Zij behaalde in 1956 een hit single “You’re the Apple of My Ey”, ze bleven platen uitbrengen in 1957.
In juli 1958 keerde Valli terug met een solo-opname “I Go Ape”, uitgegeven door OKeh Records en gecrediteerd aan “Frankie Tyler”.
In hetzelfde jaar brachten “The Romans” het nummer “Come Si Bella” uit bij Cindy Records met op de B-kant het nummer “Real (This Is Real)” gecrediteerd aan Frankie Valli samen met
de Romans.
Zo bracht hij samen met “The Travellers” in oktober 1959 het nummer “It May Be Wrong” en “Hal Miller & the Rays” uit bij Decca.
Het jaar erop werd door hem samen met de “The Four Seasons” het nummer “An Angel Cried” bij Topic Records uitgebracht, hetzelfde jaar dat “The Village Voices” een samenstelling van hem en de rest van de voormalige Four Lovers, het nummer “Too Young” bij Topix Records
uitbrachten.
Zo bracht Topix in 1961 nog twee singles uit van “Billy Dixon & the Topics”, “I Am All Alone” en “Lost Lullabye”, geen van de nummers werd een hit.
Maar ook de heruitgave van de hit “Bermuda” van “The Bell Sisters” uitgebracht door
Gone Records aan eind van 1961 door The Four Seasons werd geen succes.
De naam van de groep werd door Valli overgenomen nadat hij deze had gelezen op een
bowlingbaan in New Jersey.
De groep bestond toen uit de leden: zanger / gitarist “Tommy DeVito”, zanger / bassist “Nick Massi” en zanger / songwriter / toetsenist “Bob Gaudio”.
De groep had een contract getekend bij songschrijver / producer “Bob Crewe” die ze inzette als achtergrondzangers en muzikanten.
In opdracht van Crewe schreef Gaudio een nummer dat bewust bedoeld was om Valli’s
multi-octaaf vocale bereik te demonstreren en dan in het bijzonder zijn vermogen om soepel over te gaan van een hoge tenor naar een krachtige falset.
Het nummer kreeg de titel “Sherry”, dat Crewe verkocht aan Vee-Jay Records.
Het nummer werd uitgegeven in juli 1962 en het werd gelijk een nummer een hit, de eerste van drie opeenvolgende hit noteringen voor de groep.
Vanaf het begin benadrukten de groep de talenten van hun zanger; albumhoezen en
platenlabels droegen de legende, “Featuring the ‘Sound’ van Frankie Valli“.
De band scoorde in 1963 vijf Top 40 hits en drie chart-albums, had vervolgens zeven Top 40 hits en zes chart-albums in 1964.
Het succes ging verder in 1965 met nog vier Top 40 hits en nog drie chart-albums.
Het was het jaar dat Valli terugkeerde naar solowerk maar bleef hij ook leadzanger van the Four Seasons.
Hij lanceerde zijn nieuwe solocarrière in oktober 1965 met de single
The Sun Is not Gonna Shine (Anymore)”, geschreven door Gaudio en Crewe die het ook
produceerde.
Tegelijkertijd werden ook twee Four Seasons-singles op de markt gebracht: “Let’s Hang On!” en “Do not Think Twice” die beide hits werden, “The Sun Is not Gonna Shine (Anymore)” werd
misschien daardoor een mislukking voor Valli.
Maar hij gaf niet op en in december van het jaar keerde terug met een tweede solo single, “(You’re Gonna) Hurt Yourself” opnieuw van het songwritingteam Crewe en Gaudio.
Dit keer scoorde hij en de single kwam in februari 1966 in de Top 40.
Maar ook het succes van The Four Seasons ging verder in dat jaar met nog eens vier Top 40 hits.
Valli’s derde solosingle “You’re Ready Now” werd een flop toen deze in april van het jaar werd gelanceerd.
Hij stapte over naar de muziekuitgever Philips voor zijn volgende solosingle, “The Proud One” die werd uitgebracht in oktober 1966, die de hitlijsten haalde maar geen grote hit werd.
Na vier singles, had hij niet veel laten succesvols laten zien van zijn carrière afgezien van zijn
optreden bij The Four Seasons.
Omdat hij geloofde dat zijn platenlabel niet genoeg aandacht aan zijn solowerk besteedde, huurde hij onafhankelijke promotie in om zijn volgende release te promoten en alles
veranderde met zijn vijfde single, “Can not Take My Eyes Off You” uitgebracht in april 1967, met als hoogtepunt een nummer twee notering in de Billboard hitlijst op 22 juli 1967.
Hij bleef met de The Four Seasons optreden en ze lanceerde hun conceptalbum
The Genuine Imitation Life Gazette” in januari 1969, maar deze flopte.
In mei 1969 bracht hij in anderhalf jaar tijd zijn eerste solosingle uit,
The Girl I’ll Never Know (Angels Never Fly This Low)”.
Het bereikte de wel de Cash Box, maar niet in Billboard.
Bijna een jaar ging voorbij tot de release in april 1970 van nog een Valli single, een revival van “The Fortunes” hit “You’ve Got Your Troubles (I Got Got Mine)” die niet in de hitparades binnen kwam.
Na het vertrek van Tommy DeVito in het begin van 1971 en Gaudio in 1972, die met pensioen werd The Four Seasons formeel bekend als Frankie Valli en de Four Seasons.
Na een eenmalige single met de Britse tak van Warner Bros records in 1971, tekenden zowel Valli als solo en Valli & the Four Seasons als een groep een contract bij Motown Records, waar hun opnames zouden worden uitgegeven op de nieuw gevormde MoWest
dochteronderneming.
Het eerste product van deze samenwerking was de single “Love Is not Here” van Valli uit februari 1972, die niet in de hitlijsten belande en daardoor ontstond een frustrerende twee jaar
waarin een reeks Valli en Valli & the Four Seasons mislukte releases werden uitgebracht.
Valli en Gaudio splitsten zich uiteindelijk in 1974 op met Motown en namen een onuitgegeven nummer op een solo-ballad genaamd “My Eyes Adored You”.
Valli ondertekende vervolgens strikt als een solo contract bij het nieuw gevormde Private Stock Records label, dat het nummer in oktober 1974 als single uitbracht.
Het resultaat was een grote comeback, een nummer één hit op 22 maart 1975 in de Hot 100.
In 1976 produceerde hij drie solosingles: “Fallen Angel”, “We’re All Alone” en “Boomerang
die alle een hit werden.
Zijn album uit 1977, “Lady Put the Light Out” verkocht niet net als de singles die hij dat jaar
uitbracht.
Zijn eerste single uit 1978, “I Could Have Loved You” werd opnieuw een mislukking, maar toen werd hij uitgekozen om het nieuw geschreven titelnummer te zingen voor de verfilming van het Broadway hit “Grease”,
bij de gelijknamige film met “John Travolta” en “Olivia Newton-John”, geschreven door
Barry Gibb” van “the Bee Gees”.
Valli zong “Grease” als openingsnummer en zijn single, uitgebracht door RSO Records werd een enorme hit en werd platina.
Ook had hij een rol in een andere film musical uitgebracht in de zomer van 1978, namelijk
Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band”.
Bij Warner / Curb tekende hij een contract en bracht hij een nieuw album uit,
Frankie Valli…Is the Word”, maar deze bleef onder in de hitlijsten staan.
Hij haalde wel de easy listening charts met zijn single “Save Me, Save Me” in november 1978 en de pop charts met “Fancy Dancer” in januari 1979.
Zonder medeweten van fans worstelde hij echter met het overwinnen van otosclerose, een zeldzame ziekte die dreigde om hem doof te maken.
Uiteindelijk onderging hij drie operaties voordat het probleem werd gecorrigeerd.
Ondertussen begon hij met opname van het album “Heaven Above Me” en een kleine hit single, “Where Did We Go Wrong”, een duet met Chris Forde voor MCA Records in 1980.
Hij stemde in om deel te nemen aan een reünie van the Four Seasons, die in de lente van het zelfde jaar zonder hem was begonnen, nadat hij hersteld was van zijn laatste operatie.
Hij ging met de band terug in de tijd voor de opname van een live album in juli.
Het album, een dubbele LP genaamd “Reunited Live”, verscheen begin 1981 bij Warner Bros Records en werd een permanente bevestiging van een groep die ook wel bekend staat als Frankie Valli & the Four Seasons.
Zonder de band ging hij solo verder en bracht “Can’t say no to you” met “Cheryl Ladd” bij Capitol Records in 1982 en “American Pop” met “the Manhattan Transfer” bij Atlantic Records in 1983.
Hij en the Four Seasons werkte samen met de Beach Boys aan een single genaamd
East Meets West”, uitgebracht op FBI Records, een label dat hij en Gaudio in 1984 hadden
gevormd.
In 1985 bracht MCA / Curb een nieuw Frankie Valli & The Four Seasons studioalbum uit,
Streetfighter”.
Hij had een doorlopende rol als gangster op de veelgeprezen kabeltelevisieserie
The Sopranos”, totdat zijn personage werd neergeschoten.
Halverwege de jaren 2000 ontwikkelden hij en Gaudio een ‘jukebox’-musical met Valli en Four Seasons-hits, die de nummers van de groep in een fictief script integreerde.
Tijdens de opening op 6 november 2005 op Broadway won hij de Tony Award voor
beste musical.
De show bracht een verhoogde ode aan de groep, wat op zijn beurt leidde tot hernieuwde
interesse in Valli, die een nieuw platencontract tekende met Universal Motown en op 2 oktober 2007 zijn eerste soloalbum uitbracht in 27 jaar, “Romancing the ’60s”, een verzameling covers van hits uit de jaren 60 die hij nog nooit eerder had opgenomen.
In 2014 werd een verfilming van “Jersey Boys”, geregisseerd door “Clint Eastwood” uitgebracht.
In 2016 verscheen “Tis the Seasons”, een kerstalbum met een gastoptreden van de
legendarische gitarist “Jeff Beck”.
Van maart 2016 tot januari 2017 was hij en the Four Seasons op tournee door de VS,
met de bedoeling kleine tot middelgrote locaties te spelen.
Dit weekend is hij de Gouden terugblik met het nummer Grease in de Bankshow.