Het was een koele lenteavond en de straatlantaarns in de stad wierpen warme gouden lichtjes om zich heen.
Oma liep langzaam, Flip aan de lijn, die af en toe snuffelde aan een lantaarnpaal of nieuwsgierig een voorbijganger begroette.
Dan zei oma steevast ‘sorry het is een labrador’.
Naast haar liep sierlijke Nala de Europese kat, zacht spinnend en zich soepel bewegend tussen de schaduwen en lichtvlekken van de winkelgevels.
De etalages waren vrolijk verlicht en toonden kleurrijke voorwerpen: glimmende mokken,
stapels boeken en een paar beestachtige lampjes die het gevoel van warmte gaven.
Terwijl ze verder liepen, voelde oma hoe de drukte van de dag langzaam wegsmolt.
Flip trok af en toe enthousiast aan de lijn naar een andere hond die in de verte liep, terwijl Nala rustig bleef en af en toe speels tegen een gevallen papiertje tikte.
Ze praatten zachtjes, oma en haar dierbaren Flip blafte af en toe als instemming, Nala miauwde zachtjes alsof ze elk woord begreep.
De Haven voelde groot en levendig, maar ook vertrouwd en veilig, met een rust die alleen een avondwandeling kan brengen.
Toen ze uiteindelijk terugkeerden naar het zendschip, voelde oma zich warm vanbinnen, met de wetenschap dat kleine momenten zoals deze met Flip en Nala aan haar zijde en de stad die zachtjes verder gonst om de wereld even mooier te maken.
Waar is Linda, riep Flip opeens!




