In de haven was er een gezellige drukte.
De vissersbootjes kwamen langzaam binnenvaren en aan de kade werd de verse vis voorzichtig aan land gebracht.
De zilveren vissen glinsterden in het zachte ochtendlicht en overal klonk het vrolijke geroep van de vissers.
Een paar jonge knullen liepen op de kade en vroegen of ze konden helpen de vis te lossen.
De beloning bestond uit een paar tassen verse vis waar moeder thuis wel raad mee wist.
Het voor hun een vaste fietstocht in de nacht om op vrijdag vroeg in de ochtend te komen
helpen bij de vissers en zo thuis een extra bijdrage te leveren.
Even verderop werden er uit schepen grote kratten en andere goederen gelost om deze naar een verre bestemmingen te worden gebracht.
Touwen werden vastgemaakt, karren reden af en aan en iedereen leek precies te weten wat er moest gebeuren.
En natuurlijk stond Oma daar ook bij het mopperbankje met de oude schipper die rustig hun koffie drinken en een sigaartje roken.
Met een vertrouwde blik keken ze rustig over de haven, naar de mensen die maar druk waren.
Oma hield een oogje in het zeil en zag erop toe dat alles netjes verliep.
Af en toe knikte ze tevreden wanneer een lading veilig aan boord stond of wanneer een visser met een volle mand van de kade kwam.
De twee witte labradors Flip en Linda zaten gezellig naast haar en hielden de bedrijvigheid eveneens goed in de gaten.
Al vonden zij vooral de geuren uit de vismanden niet zo bijzonder interessant.
Oma glimlachte, toen ze zag dat Nala de kat met kornuiten een visje weg kaapten uit een mand met vis, ten ongenoegen van de visboer.
Met de buit stevig tussen haar kaken zette Nala het op een lopen, op de voet gevolgd door de andere katten.
Ze rende door een smal steegje, sprongen over een lage muur en verdwenen in de struiken van het park.
Daar, veilig buiten het zicht van de boze visboer, verdeelden de vrienden eerlijk de vis.
Het was de lekkerste maaltijd van de week en ze likte hun pootjes voldaan af.
De haven leefde, de schepen kwamen en gingen, de vissers deden hun werk en de goederen vonden hun weg naar alle windstreken.
En zolang Oma er was, wist iedereen, het komt hier wel goed maar de oude schippers konden haar niet verleiden tot het roken van een sigaar uit eigen doos.






