Patti LaBelle – On My Own.

Patricia Louise Holt” is geboren in Philadelphia, Pennsylvania, op 24 mei 1944 en is vandaag
75 jaar geworden.
Ze is een Amerikaans soulzangeres en ze is bekend geworden onder haar artiestennaam
Patti LaBelle.
Ze was lid van een lokaal Baptistenkoor en in 1960 besloot ze samen met haar vriendin
Cindy Birdsong” om de groep “Ordettes” te vormen.
Een jaar later kwamen daar de zangers “Nona Hendryx” en “Sarah Dash” bij en werd de groep omgedoopt tot de “Blue Belles”.
Met producer “Bobby Martin” aan het roer, scoorden ze een Top 20-pop en R & B hit in 1962 met de single “I Sold My Heart to the Junkman” en in 1964 met uitvoeringen van “Danny Boy” en “You’ll Never Walk Alone” een hit.
Het kwartet bekend geworden onder de naam “Patti LaBelle & the Bluebells”, tekende in 1965 bij Atlantic records een contract, waar ze een kleine hit haalde met hun versie van het nummer “Somewhere Over the Rainbow”.
In 1967 werd “Cindy Birdsong” opgevolgd door “Florence Ballard” bij “the Supremes”.
Het resterende deel van toen eeb trio toerde de rest van het decennium door met het
zogenaamde “Chitlin Circuit” voordat ze in 1970 met de Britse manager “Vicki Wickham
in zee gingen.
Hij noemde de groep gewoon “LaBelle” en stuurde hun muziek richting de funk en rock, in de nasleep van hun gelijknamige Warner Bros debuut in 1971 toerde ze zelfs met “the Who”.
Het trio werkte ook samen met “Laura Nyro” aan het geweldige album “Gonna Take a Miracle” dat werd geïnspireerd door R & B.
In 1973 was ze glamoureus geworden en trad ze op het podium op gekleed in wild theatrale,
futuristische kostuums.
Een jaar later deed ze haar eerste Afro-Amerikaanse act in het Metropolitan Opera House in New York.
De baanbrekende voorstelling introduceerde “Lady Marmalade”, die in 1974 de enige hit single werd en deze werd geproduceerd door “Allen Toussaint”.
Na nog twee albums “Phoenix” en “Chameleon” in 1975 ontbrak het jaar erop de groep en hun naamgenoot startte een solocarrière bij Epic, waar ze van 1977 tot 1980 elk jaar een
studioalbum uitbracht.
In die periode produceerde ze haar tweede album “Tasty”, ze werkte samen met
David Rubinson”, “Skip Scarborough” en Allen Toussaint.
Ze bleef vasthouden aan haar rechtlijnige en verfijnde R & B wat aantrekkingskracht op de dansvloer moest te weeg brengen.
Uit deze periode kwamen negen bekende nummer voort, inclusief de Top 40 R & B singles
Joy to Have Your Love” wat een meer funk nummer was en mede geschreven door
Ray Parker Jr.” ook “It’s Alright with Me” en “I Do not Go Shopping”.
Haar grootste clubsucces kwam met “Music Is My Way of Life” dat piekte op nummer tien in de Billboard’s disco charts.
Zo verhuisde ze naar Philadelphia International voor een periode van vijf jaar en in 1981 bracht ze het album “The Spirit’s” uit, in 1983 “I’m in Love Again” en 1985 het album “Patti”.
Philadelphia International Records (PIR) medeoprichters “Kenneth Gamble” en “Leon Huff” werkten aan alle drie de albums mee met hulp van hun labelpartners “Dexter Wansel”,
Bunny Sigler” en “Cynthia Biggs”.
Het meest succesvol werd wel de single “If Only You Knew” die voor een gouden gecertificeerde tweede release in aanmerking kwam en die bovenaan in de R & B-chart kwam te staan en ook in de pop Top 40 zou komen en ook het nummer “Love, Need, and Want You” kwam in de Top Tien R & B-charts.
Ze had ook succes als een samenwerkende artiest en duet partner, de eerste keer met
Grover Washington Jr.” met het nummer “The Best Is Yet to Come” waarin ze de show stal
aangezien het om de beste vrouwelijke artieste Grammy nominatie in de categorie
van Beste R & B-vocale prestaties ging en vervolgens met “Bobby Womack” het duet met het nummer “Love Has Finally Come at Last”.
Zo begon ze ook in deze periode een sporadische acteercarrière met een co-starring-rol in een Broadway-revival productie van “Your Arms Too Short to Box with God” origineel een productie uit 1976.
Deze productie werd tweemaal op Broadway nieuw leven ingeblazen, eerst in het Ambassador Theatre en het Belasco Theatre (oktober 1980), daarna in het Alvin Theatre (november 1982).
In de loop van 1982, samen met “Al Green” en Patti Labelle.
Ze verliet Philadelphia International voor de release van haar samengestelde derde album en ging ze onder contract bij MCA in 1984, onderging de muziek onmiddellijk een hightech
sonische Metamorfose die vergelijkbaar is met die van “the Pointer Sisters” en “Chaka Khan” zo werd ze een volwaardige popster met de soundtrackbijdragen in de film “Beverly Hills Cop” met twee nummer, “New Attitude” en “Stir It Up”.
In 1986 kwam haar achtste album uit onder de titel “Winner in You”, haar eerste MCA album, dat platina werd door het succes van het door “Burt Bacharach” geschreven “On My Own” een duet met “Michael McDonald”.
Zowel de LP als de single kwamen in de top van de pop- en R & B-charts,
terwijl de tweede single “Oh, People” een zesde solo Top Ten R & B vermelding kreeg.
Er volgden nog twee Grammy nominaties voor Beste Popprestaties door een Duo of Groep met Vocale en Beste R & B Vocale vrouwelijke Prestaties voor het nummer On My Own.
ze sloot de jaren tachtig af met het solo album “Be Yourself” met daarop twee belangrijke
R & B-hits: “If You Ask Me Me To” geschreven door “Diane Warren” en “Yo Mister”, geschreven en geproduceerd door “Prince”.
Ze produceerde iets minder frequent in de jaren negentig, het werden in tien jaar tijd drie
studioalbums, in 1991 “Burnin”, leverde haar eindelijk een Grammy voor Beste R & B Vocale vrouwelijke Prestaties.
In 1994 kwam het album “Gems” uit en 1997 “Flame”, deze gingen ook voor goud of platina en bereikten een piek in de R & B Top Ten.
In deze periode publiceerde ze ook haar autobiografie,
Dont Block the Blessings: Revelations of a Lifetime” hierin onthult ze het spannende verhaal van haar roem, beschrijft hoe ze serieuze carrièremogelijkheden heeft overwonnen en schrijft openhartig over haar eigen persoonlijke tragedies.
Ook bracht ze nog twee live albums uit, laatste uit 1998 “One Night Only” en daar won ze een Grammy award mee voor de beste traditionele R & B-prestaties.
Nadat ze in 2000 haar laatste solo album voor MCA had uitgebracht onder de titel
When a Woman Loves”, ging ze in het kort in zee met Def Jam Recordings een hiphop
platenlabel.
waar ze in 2004 haar vijftiende solo studio album “Timeless Journey” en “Classic Moments” uit 2005 publiceerde.
In 2006 bracht ze haar eerste gospelalbum uit, “The Gospel According to Patti LaBelle” op het Bungalo-label, waarbij het album later een top notering bereikte op nummer één in de
gospel-charts in de Billboard hitlijst.
Ook bracht ze in die periode een boek uit onder de titel “Patti’s Pearls”,
Daar schrijft ze over haar favoriete stelregels, gezegden en spreuken en geeft ze een inspiratie aan praktische richtlijnen en instructies over hoe je een bevredigend en dankbaar leven kunt leiden.
Ze keerde in 2007 terug naar Def Jam en bracht haar tweede kerst album uit,
Miss Patti’s Christmas”.
In 2008 werd ze kort met Nona Hendryx en Sarah Dash herenigd in meer dan 30 jaar als Labelle op het eerste nieuwe album van de groep, “Back to Now”.
In 2017 maakte ze een volledige terugkeer naar de muziek met het album “Bel Hommage” een Smooth Jazz standaard.
Tegenwoordig treed ze nog steeds op en heeft ze tot december al een aantal tournees door Amerika gepland.
Maar dit weekend is ze de Gouden terugblik met het nummer On My Own.


Patti LaBelle – On My Own ft. Michael McDonald

12 thoughts on “Patti LaBelle – On My Own.

  1. Sjoerd

    Die heeft al aardig wat gepresteerd in haar leven. Ik luister ook graag naar haar stem. Je hoort haar alleen niet zoveel op de Nederlandse radio.

    Reageren
  2. ZON-nebloem

    het liedje dat je gepost hebt en lady marmelade klinkt me het bekendste in mijn oren van Patti
    Dit is ook weer zo’n zangeres waar ik lang niks meer van hoorde
    Een @->- voor jou.

    Reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *